 |
 |
 |
 |
|
Berichtgeving van KifKif over Israëlis...
04.07.2011 - Op het ogenblik dat ik dit schrijf is nog niet geweten hoe het met Palestijnse vloot zal aflopen die probeert de Israëlische blokkade te doorbreken. Maar wie de afgelopen jaren de berichtgeving over h...
Pruisen moet er zijn
18.06.2011 - Hieronder een bijdrage over de toekomst van Europa, het Vlaams Belang en NVA van de hand van Patrik Brinkmann, een Zweed die in Berlijn woont. De tekst is in het Duits maar zeer goed leesbaar.Die...
|
|
|
 |
Vlaams parlement
Wetenschap & Innovatie: tussenkomst beleidsbrief
Zoals ik reeds in de commissie heb gezegd is de beleidsbrief Wetenschap en Innovatie duidelijker gestructureerd dan het beleid op zich. Dat is niet alleen de conclusie van een nieuweling in deze materie, zoals ik, maar ook één van de conclusies van het rapport-Soete dat u reeds werd overhandigd.
Volgens dat rapport is “het Vlaams innovatie-instrumentarium onthutsend complex, in die mate zelfs dat slechts insiders of expert subsidiologen een volledig inzicht hebben in het volledige gamma aan instrumenten dat bedrijven en instellingen in Vlaanderen ter beschikking hebben.” Einde citaat. Het rapport zelf hebben we nog niet ter inzage gekregen, maar u hebt beloofd dat we daarover in de nabije toekomst nog wel de gelegenheid zullen krijgen.
Mevrouw de minister, er zullen aanzienlijke inspanningen moeten worden geleverd om tegen 2010 de Lissabonnorm voor de overheid van 1% te halen. Als gevolg van o.a. het wegvallen van éénmalige kredieten daalt het overheidsaandeel in O&O van 0,73 naar 0,68% van het Bruto Binnenlands Product. Dat is op Italië en Ierland na het slechtste van Europa (15). Vlaanderen zal tot 2010 600 miljoen euro extra moeten investeren om de 1% norm te halen. De jaarlijkse stijging van 60 miljoen extra zoals voorzien in het Innovatiepact is te laag. Onze fractie pleit voor meer middelen en voor het aanwenden van eventuele begrotingsmeevallers voor O&O.
In vergelijking met de eerste invulling van die 11 kernindicatoren in 2005 verliest Vlaanderen terrein zowel op totale O&O intensiteit als inzake publieke O&O-investeringen. Daarbij komt nog dat de Europese Commissie geen al te optimistisch beeld geeft voor Europa in het algemeen en Vlaanderen zich bijgevolg niet mag tevreden stellen met een plaats in het midden van het peloton.
Onze fractie is uiteraard voorstander van een competitief en evenwichtig wetenschaps- en innovatiebeleid, waarmee Vlaanderen zich kan positioneren in een mondiale kenniseconomie. Dat is een absolutie vereiste om onze welvaart en ons welzijn te kunnen behouden en versterken. In die zin is het aanvaarden van de Lissabondoelstelling een stimulans geweest om de overheid en de bedrijven te laten investeren in O&O. We kunnen er dus best alles aan doen om de opgelegde norm te halen en het advies van de VRWB te volgen.
Als we er voor pleiten om de Lissabonnorm te halen en de onderzoeksuitgaven jaarlijks te laten stijgen, dan moeten we natuurlijk ook aantonen dat die fondsen goed worden gebruikt. Een nieuw meetinstrument dat niet alleen de input meet maar ook de efficiëntie van de output zou meer dan welkom zijn.
De Lissabonnorm is belangrijk en een goede stimulans voor meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling, maar anderzijds mogen we de norm ook niet als fetisj te gebruiken. Ierland scoort zeer slecht als het op publieke investeringen in O&O maar is toch één van de landen waar naar wordt opgekeken als economisch voorbeeld. Wat bewijst dat fiscale stimuli minstens even belangrijk, zo niet belangrijker zijn dan pure investeringen.
Eén van de andere doelstellingen van de Lissabonagenda is de beschikbaarheid van hooggekwalificeerd talent en de groei van het aantal onderzoekers. Als we Vlaanderen willen uitbouwen als één van de topregio’s voor O&O talent dan is het creëren van een aantrekkelijke onderzoeksomgeving alleen niet voldoende en dan moeten we ook onze loonkosten competitief maken op internationale schaal.
Hier heeft Vlaanderen natuurlijk weinig troeven zelf in handen en moet er op het federale vlak gemarchandeerd worden. De al dan niet komende staatshervorming zou op fiscaal vlak minimaal die bevoegdheden in Vlaamse handen moeten brengen, willen we op lange termijn onze kenniseconomie verder kunnen uitbouwen en meer onderzoek en vooral onderzoekers aantrekken. Met andere woorden het in handen nemen van de vennootschapsbelasting is een absoluut minimum.
Als het van de federale overheid afhangt dan kunnen we natuurlijk nog lang wachten. Een algemeen gunstig fiscaal klimaat is uiteindelijk beter dan allerlei programma’s zoals Odysseus en Methusalem.
Als we er voorlopig nog niet in slagen om voldoende wetenschappers naar Vlaanderen aan te trekken, zouden we er op zijn minst moeten kunnen voor zorgen dat de Vlaamse wetenschappers hier blijven en nog belangrijker dat er voldoende grote instroom van Vlaamse wetenschappers uit het onderwijs komt.
We zien dat ondanks de vrij grote inspanningen van de laatste jaren het jaarlijks aantal Wetenschap en Technologie gediplomeerden hetzelfde blijft. Hoewel de Vlaamse twintigers vrij hoog geschoold zijn – zelfs in internationaal perspectief - blijft het aandeel hogere diploma’s wiskunde, wetenschap en technologie relatief laag. Er is nu al, zowel aan de universiteiten en in het bedrijfsleven, in sommige domeinen een gebrek aan jonge wetenschappers. Aangezien de competitiviteit van onze economie staat of valt met de kennisintensieve en hoogtechnologische bedrijven zou dit een belletje moeten doen rinkelen.
Maar niet dus, we zien dat de budgetten voor wetenschapsinformatie en popularisering van wetenschap en technologie status quo blijven ten opzichte van 2005 en 2006. De popularisering van Wetenschap en Technologie mag dan belangrijk zijn, er moet ook een betere samenwerking komen met onderwijs zodat niet alleen de praktische kennis binnen het domein wordt gepromoot maar ook de theorie. U weet dat de EOSstudie daaromtrent vaststelt dat de theoretische kennis ondermaats is. Als er geen vervolg wordt gebreid aan de popularisering dan is dat een maat voor niets.
Ook op gebied van investeringen in risicokapitaal scoren we niet al te best. Met 0,031% van het BBP moeten we binnen de EU alleen Italië, Polen, Tsjechië en Griekenland achter ons laten. Ook hier zien we al jaren geen verbetering. Ik geef toe dat een aantal nieuwere maatregelen nog niet te zien zijn in deze cijfers, maar toch noopt ons dit tot enige zorg.
In het verlengde daarvan wordt er in ons land ook minder geïnvesteerd in startende beloftevolle ondernemingen. In andere landen raken bedrijfsleiders van een nieuwe onderneming veel gemakkelijker aan financiële ondersteuning. Het Arkimedesfonds en het Vlaams Innovatiefonds moeten daar aan verhelpen. Maar ook hier blijft deze fondsen niet meer dan een ‘kurieren am sympton’. Echt veel verder gaat dat allemaal niet en dat is natuurlijk enkel en alleen een gevolg van het feit dat de essentiële bevoegdheden worden verdeeld tussen het federale en het Vlaamse niveau.
|
|
|