Biografie
 Mechelen
 Vlaams parlement
 Nieuws
 Actualiteit

Berichtgeving van KifKif over Israëlis...

04.07.2011 - Op het ogenblik dat ik dit schrijf is nog niet geweten hoe het met Palestijnse vloot zal aflopen die probeert de Israëlische blokkade te doorbreken. Maar wie de afgelopen jaren de berichtgeving over h...

Pruisen moet er zijn

18.06.2011 - Hieronder een bijdrage over de toekomst van Europa, het Vlaams Belang en NVA van de hand van Patrik Brinkmann, een Zweed die in Berlijn woont. De tekst is in het Duits maar zeer goed leesbaar.Die...
 [Anke]   Vlaams parlement

Tussenkomst bij de beleidsnota Wetenschap en Innovatie

Dat wetenschap en innovatie de motor is van de maatschappelijke en economische vernieuwing die Vlaanderen terug aan de top moet brengen op economisch, ecologisch en sociaal vlak - het openingszinnetje van uw managementsamenvatting van de beleidsnota – is natuurlijk een open deur intrappen en dat is iets waar we over alle partijgrenzen heen akkoord kunnen gaan.

We zijn het daar allemaal over eens, alhoewel dat de facto niet blijkt uit de fondsen die worden besteed aan Innovatie en Onderzoek.

Over de laatste vijf jaren zijn de Vlaamse overheidskredieten voor O&O in absolute termen enorm toegenomen, maar ondanks deze aanzienlijke extra inspanningen blijft Vlaanderen eerder zwak presteren als we deze O&O-overheidskredieten uitzetten ten opzichte van het BBPR. Na de terugval van de O&O-overheidskredieten in Vlaanderen tot 0,68% van het BBPR in 2007, eindigen we op basis van de huidige prognoses in 2009 terug op een hoger niveau (0,71%). Maar toch ver onder de niveaus van onze belangrijkste handelspartners. Forse bijkomende inspanningen van de Vlaamse overheid zijn dus vereist om het streefdoel van 1% te bereiken.

We zouden dus kunnen verwachten dat – gezien het belang dat deze regering volgens de beleidsnota aan O&O hecht – kunnen verwachten dat u niet zou besparen op dit essentieel onderdeel van een sterke, toekomstgerichte Vlaamse economie. Maar wat zien wij: uw budgetten voor onze koepelorganisatie voor innovatie-instellingen IWT dalen met 23 miljoen euro. Er gaat vooral minder geld naar de ondersteuning van technologische innovatie. Ook het VITO moet het met 4 miljoen minder stellen en de Herculesstichting, die de onderzoeksapparatuur aan de universiteiten financiert ziet het budget met 0,8 miljoen euro dalen, terwijl ik mij toch niet kan voorstellen dat onderzoeksapparatuur goedkoper is geworden.

U zegt dus, mevrouw de minister, enerzijds dat u Innovatie onwaarschijnlijk belangrijk vindt en de motor moet zijn van onze Vlaamse economische wederopstanding, maar anderzijds gooit u te weinig benzine in de tank zodat de motor wel moet sputteren en stilvallen.

We gebruiken al jaren de Lissabonnorm als indicator voor het beleid en die  Lissabonnorm is belangrijk en een goede stimulans voor meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling, maar anderzijds mogen we de norm ook niet als fetisj gebruiken.

Ierland scoort zeer slecht als het op publieke investeringen in O&O aankomt maar was tot voor de financiële crisis en de recessie één van de landen waar naar werd opgekeken als economisch voorbeeld. Wat bewijst dat fiscale stimuli minstens even belangrijk, zo niet belangrijker zijn dan pure investeringen.

Eén van de andere doelstellingen van de Lissabonagenda is de beschikbaarheid van hooggekwalificeerd talent en de groei van het aantal onderzoekers. Als we Vlaanderen willen uitbouwen als één van de topregio’s voor O&O talent dan is het creëren van een aantrekkelijke onderzoeksomgeving alleen niet voldoende en dan moeten we ook onze loonkosten competitief maken op internationale schaal.

U schrijft zelf in uw beleidsnota. De internationale positie en de aantrekkelijkheid van Vlaanderen voor onderzoekers wordt in belangrijke mate beïnvloed door allerlei omgevingsfactoren zoals het socio-cultureel klimaat, de werkomgeving, de arbeidsvoorwaarden, de carrièrevooruitzichten en ook de kwaliteit en het unieke karakter van de aanwezige onderzoeksinfrastructuur.

En vervolgens gaat u over tot het verminderen van de budgetten voor de aankoop van diezelfde onderzoeksinfrastructuur. 

Wat betreft fiscale stimuli en loonkosten hebben we natuurlijk weinig troeven zelf in handen en moet er op het federale vlak gemarchandeerd worden. De al lang aangekondigde staatshervorming zou op fiscaal vlak minimaal die bevoegdheden in Vlaamse handen moeten brengen, willen we op lange termijn onze kenniseconomie verder kunnen uitbouwen en meer onderzoek en vooral onderzoekers aantrekken. Met andere woorden de vennootschapsbelasting als Vlaamse bevoegdheid is een absoluut minimum minimorum.

Gezien wij – vanuit onze fractie – geen al te goed oog hebben in zelfs maar het opstarten van serieuze besprekingen over de staatshervorming met aan het hoofd een loodgieter dan vraag ik mij af, mevrouw de minister, welke initiatieven u zult nemen om uw federale collega’s te bewerken om verdere fiscale stimuli in te voeren voor bv. het aantrekken van onderzoekers? Een algemeen gunstig fiscaal klimaat is uiteindelijk beter dan allerlei programma’s zoals Odysseus en Methusalem. Het zou ons alweer een paar afkortingen en namen kunnen besparen en voldoen aan de voorstellen en aanbevelingen van het rapport Soete.

Mevrouw de minister, natuurlijk moet er bespaard worden. Wij zijn het daar allemaal over eens, maar u moet wel op de juiste dingen besparen en dat doet u mijns inziens niet. U bespaart op datgene dat er juist moet voor zorgen dat onze economie voldoende toekomstperspectieven heeft.

Het blijft trouwens niet bij deze ene verkeerde keuze. Uw collega bevoegd voor buitenlandse handel ministerpresident Peeters – en met mijn gezond boerenverstand begrijp ik nog altijd niet waarom buitenlandse handel geen bevoegdheid is van deze commissie en bij één minister is ondergebracht – doet het minstens even slecht.

Op een ogenblik dat de Belgische in- en uitvoer in de eerste zeven maanden van dit jaar met 23 procent zijn gedaald tegenover een jaar eerder en dat het vertrouwen van de Vlaamse ondernemers op een vlugge herneming van de economie op een dieptepunt staat (en het vertrouwen in de federale en Vlaamse regering eveneens), op zo een ogenblik wordt de werkingsdotatie van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen, het FIT, verminderd met 1.796.000 euro.

Uw nefaste besparingen in de innovatiesector versterken de nefaste besparingen in de export en vice versa. Vlaanderen heeft structureel een gebrek aan export van en investeringen in hoogtechnologische goederen. Dat blijkt uit de terugval van onze handelspositie op de internationale ranking want dat gebrek aan export en investeringen in hoogtechnologische goederen is daar een rechtstreeks gevolg van.

Vergeten we in dit verband niet dat uit de vorige jaren al is gebleken dat Vlaanderen allesbehalve goed scoort op gebied van investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Ik meen mij te herinneren dat wij op Italië en Ierland na het slechtste scoren van Europa (15). Mag ik u er ook aan herinneren dat de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid al in 2007 voorzag dat veel meer geld zou moeten investeren om de norm te halen in 2010 en dat de jaarlijkse stijging van 60 miljoen extra zoals voorzien in het Innovatiepact veel te weinig was. Van de financiële crisis was er toen nog geen sprake en er was toen wel voldoende geld en het is ook niet gebeurd.

Op basis van de 11 prioritaire kennisindicatoren voor de opvolging van het Innovatiepact bevindt Vlaanderen zich in de middenmoot van de EU-25. In vergelijking met de eerste invulling van die 11 kernindicatoren in 2005 verliezen we echter terrein zowel op totale O&O intensiteit als inzake publieke O&O-investeringen. Daarbij komt nog dat de Europese Commissie geen al te optimistisch beeld geeft voor Europa in het algemeen en Vlaanderen zich bijgevolg niet mag tevreden stellen met een plaats in het midden van het peloton.

Eén en ander doet mij vermoeden dat u ondanks uw beloftes, mevrouw de minister, ook in 2014 de beloofde en noodzakelijke investeringsnorm niet zult halen.

Mevrouw de minister, u wil ook inzetten op een meer geïntegreerde aanpak door de agentschappen die bevoegd zijn voor het innovatiebeleid. Er moeten inderdaad niet steeds meer organisaties en instrumenten worden opgezet. Er zijn er al meer dan genoeg.

Ik heb in een vorige legislatuur nog net de bespreking van het rapport Soete mogen meemaken. Volgens dat rapport was “het Vlaams innovatie-instrumentarium weliswaar volledig, maar vaak onthutsend complex, in die mate zelfs dat slechts insiders of expert subsidiologen een volledig inzicht hebben in het volledige gamma aan instrumenten dat bedrijven en instellingen in Vlaanderen ter beschikking hebben.” Ik beklaag overigens de nieuwe collega’s die hun weg moeten vinden in de stortvloed aan afkortingen, instituten en programma’s die met wetenschap en innovatie te maken hebben.

In plaats van nieuwe of bijkomende instrumenten op te richten bestaat de uitdaging dan ook in het optimaliseren en het verhelderen van de bestaande beleidsmix. Wij steunen dat opzet maar wachten toch wel even af of het u ook gaat lukken.

Onze fractie is uiteraard voorstander van een competitief en evenwichtig wetenschaps- en innovatiebeleid, waarmee Vlaanderen zich kan positioneren in een mondiale kenniseconomie. Dat is een absolutie vereiste om onze welvaart en ons welzijn te kunnen behouden en versterken. In die zin is het aanvaarden van de Lissabondoelstelling een stimulans geweest om de overheid en de bedrijven te laten investeren in O&O. We kunnen er dus best alles aan doen om de opgelegde norm te halen en het advies van de VRWB te volgen.

Als we er voor pleiten om de Lissabonnorm te halen en de onderzoeksuitgaven jaarlijks met 10,5% te laten stijgen, dan moeten we natuurlijk ook aantonen dat die fondsen goed worden gebruikt.

Het EWI pleit voor een nieuw meetinstrument dat niet alleen de input meet maar ook de efficiëntie van de output. Hoe moet dit meetinstrument er volgens u uitzien?

Als we er voorlopig nog niet in slagen om voldoende wetenschappers naar Vlaanderen aan te trekken, zouden we er op zijn minst moeten kunnen voor zorgen dat de Vlaamse wetenschappers hier blijven en nog belangrijker dat er voldoende grote instroom van Vlaamse wetenschappers uit het onderwijs komt.

We zien dat ondanks de vrij grote inspanningen van de laatste jaren het jaarlijks aantal Wetenschap en Technologie gediplomeerden al jaren hetzelfde blijft. Hoewel de Vlaamse twintigers vrij hoog geschoold zijn – zelfs in internationaal perspectief -  blijft het aandeel hogere diploma’s wiskunde, wetenschap en technologie relatief laag.

Er is nu al, zowel aan de universiteiten en in het bedrijfsleven, in sommige domeinen een gebrek aan jonge wetenschappers. Aangezien de competitiviteit van onze economie staat of valt met de kennisintensieve en hoogtechnologische bedrijven zou dit een belletje moeten doen rinkelen.

Maar niet dus, we zien dat de budgetten voor wetenschapsinformatie en popularisering van wetenschap en technologie status quo blijven ten opzichte van 2005 en 2006. Er is zelfs een daling van de subsidie aan de stichting FTI/Technopolis, toch één van de belangrijkste propaganda-instituten waarover we beschikken. Ik betreur dat, mevrouw de minister, want popularisering van wetenschap en technologie is een investering die op lange termijn de toekomst van onze kenniseconomie kan veilig stellen.

De popularisering van Wetenschap en Technologie mag dan belangrijk zijn, er moet ook een betere samenwerking komen met onderwijs zodat niet alleen de praktische kennis binnen het domein wordt gepromoot maar ook de theorie. U weet dat de EOSstudie daaromtrent vaststelt dat de theoretische kennis ondermaats is. Als er geen vervolg wordt gebreid aan de popularisering dan is dat een maat voor niets.

Ook op gebied van investeringen in risicokapitaal scoren we niet al te best. Met 0,031% van het BBP moeten we binnen de EU alleen Italië, Polen, Tsjechië en Griekenland achter ons laten. Ook hier zien we al jaren geen verbetering. Ik geef toe dat een aantal nieuwere maatregelen nog niet te zien zijn in deze cijfers, maar toch noopt ons dit tot enige zorg.

In het verlengde daarvan wordt er in ons land ook minder geïnvesteerd in startende beloftevolle ondernemingen. In andere landen raken bedrijfsleiders van een nieuwe onderneming veel gemakkelijker aan financiële ondersteuning. Het Arkimedesfonds en het Vlaams Innovatiefonds moeten daar aan verhelpen. Zijn er al cijfers beschikbaar over de effecten van deze initiatieven?

Wat betreft initiatieven rond wetenschapspopularisatie en -communicatie lees ik ook nog ergens op een verdoken bladzijde van uw beleidsnota dat er binnen het doelgroepenbeleid meer aandacht moet gaan naar allochtonen en andere kansengroepen omdat deze groepen voorlopig onvoldoende bereikt worden. Ik dacht met name dat het stimuleren van wiskundige en wetenschappelijke richtingen bij al onze jongeren in zijn geheel niet vlot.

Wat het aantal jongeren met een hoger onderwijsdiploma in wiskunde, wetenschappen en technologie stellen we vast dat we met 11,9 op 1.000 in 2006 ongeveer 8,2% onder het EU-27-gemiddelde scoren. De Europese koplopers voor deze indicator zijn: Ierland (21,4‰), Frankrijk (20,7), Finland (17,9) en het Verenigd Koninkrijk (17,8‰). De kloof met deze koplopers blijft wel groot.

Wanneer we echter naar het percentage diploma’s in wiskunde, wetenschappen en technologie in het hoger onderwijs ten opzichte van alle diploma’s in het hoger onderwijs kijken, zien we dat we in de buurt van de 20%-grens blijven schommelen. In vergelijking met 2004, betekent dit dat we ongeveer 5% achteruit gaan en dit ondanks alle inspanningen om de jeugd warm te maken voor de wetenschappelijke en technologische studierichtingen.

Vlaanderen bengelt op dit vlak echt aan de staart van het Europese peloton, ongeveer 15% achterop het EU-gemiddelde. In Oostenrijk en Zweden bijvoorbeeld behalen bijna drie op tien hoger onderwijsafgestudeerden een diploma wiskunde, wetenschappen.

Een voldoende basis aan W&T-gediplomeerden is essentieel voor de ontwikkeling van O&O-activiteiten en de absorptie ervan, en in ruimere zin van de totstandkoming van een kenniseconomie. Het beeld dat uit de hoger onderwijsindicatoren naar voor komt, blijft enigszins tegenstrijdig. Hoewel de jongste generatie Vlaamse twintigers vrij hooggeschoold is, ook in internationaal perspectief, blijft het aandeel hogere diploma’s wiskunde, wetenschap en technologie in deze groep echter relatief laag. Voor een regio waar competitiviteit voornamelijk berust op kennisintensieve en hoogtechnologische bedrijven en diensten, is deze vaststelling negatief en eerder alarmerend voor de toekomst. Zelfs in de huidige economisch moeilijke omstandigheden ervaren veel bedrijven – en vooral de O&O-intensieve – moeilijkheden om voldoende geschikte jonge wetenschappers te rekruteren wegens een gebrek aan nieuwe W&T-gediplomeerden. Ook de universiteiten worden geconfronteerd met een tekort aan onderzoekers in sommige domeinen. De roep om meer onderzoekers uit het buitenland, aansluitend bij de toenemende globalisering en internationalisering, aan te trekken, blijft pertinent.

 Ik vind het ongelukkig dat u daar zo weinig aandacht aan besteed en vraag mij dus af of het alweer nodig is om extra te gaan investeren in het bereiken van altijd dezelfde doelgroep. Wat is het nut te focussen op diversiteit en gender? Wie kan het wat schelen of zijn geneesmiddel werd bedacht door een allochtoon of door een vrouw? Niemand.

Werk een programma uit waar iedereen baat bij heeft, dat is kostenbesparend en wellicht efficiënter.

Tot slot, mevrouw de minister, lees ik in uw beleidsnota dat Vlaanderen met 255,4 octrooiaanvragen per miljoen inwoners in 2005 behoorlijk scoort, maar toch nog beter kan als we vergelijken met Duitsland (306,3) en Nederland (343,3).

Twee jaar geleden werd beslist om KMO’s te ondersteunen bij het indienen van internationale octrooiaanvragen en werd daarvoor een bedrag van 500.000 € beschikbaar gesteld. Octrooien nemen gebeurt in Vlaanderen veel te weinig en waar het gebeurt is dat voornamelijk te danken aan grote internationale bedrijven. En dat is blijkbaar niet alleen omwille van de complexiteit, maar ook omwille van het financiële kostenplaatje. Ik heb daar niets van teruggevonden in uw beleidsnota en vraag mij af of u die inspanning niet meer wil doen.

 

Tot daar mijn commentaar.



Ontwerp en hosting door Webbreezer Solutions