Biografie
 Mechelen
 Vlaams parlement
 Nieuws
 Actualiteit

Berichtgeving van KifKif over Israëlis...

04.07.2011 - Op het ogenblik dat ik dit schrijf is nog niet geweten hoe het met Palestijnse vloot zal aflopen die probeert de Israëlische blokkade te doorbreken. Maar wie de afgelopen jaren de berichtgeving over h...

Pruisen moet er zijn

18.06.2011 - Hieronder een bijdrage over de toekomst van Europa, het Vlaams Belang en NVA van de hand van Patrik Brinkmann, een Zweed die in Berlijn woont. De tekst is in het Duits maar zeer goed leesbaar.Die...
 [Anke]   Vlaams parlement

De rol van de Vlaamse bedrijven in de ruimtevaartindustrie

Vraag om uitleg tot mevrouw Ingrid Lieten, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, over de deelname van Vlaamse bedrijven aan Europese ruimtevaartprogramma’s

De voorzitter
: De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele: Voorzitter, minister, dit bericht dateert eigenlijk al van september van vorig jaar. Ik heb het al een tijdje liggen, maar we hebben alles nog eens gecontroleerd en aan de in de vraag geschetste situatie lijkt niets veranderd te zijn. Het Multinational Space-based Imaging System (MUSIS) is een Europees

samenwerkingsverband waarin een aantal landen hun capaciteit op het vlak van

aardobservatie voor militaire toepassingen en veiligheidstoepassingen willen bundelen. Ik ben trouwens op zoek gegaan naar alle deelnames van België en Vlaanderen in de diverse EU-ruimteprogramma’s. We blijken ter zake alleszins een toppositie te hebben. We zijn de kleinste van de groten of de grootste van de kleinen, zo wordt gezegd. We hebben daar dus wel een reputatie te verdedigen.

Naar aanleiding van MUSIS heeft minister Laruelle in haar meerjarenbegroting voor

Ruimtevaart in 50 miljoen euro voorzien. Ze heeft daarbij toegezegd dat 50 percent van deze middelen voor Vlaamse bedrijven zullen worden voorbehouden. Op zich is die 50 percent natuurlijk al enigszins een oneerlijke verdeling, gezien de demografische, economische of andere verhoudingen in België. MUSIS is slechts een van de vele andere projecten waar er op die manier wordt verdeeld. Dat verloopt niet altijd correct. Die toezegging qua verdeling is een onderdeel van een politiek totaalakkoord dat werd gesloten over de verdeling van de Belgische budgetten voor Ruimtevaart in het meerjarenplan. Ook op de begroting van Defensie wordt gezocht naar middelen om de Belgische deelname aan MUSIS te ondersteunen. Daar zou het gaan om nog eens 90 miljoen euro. Het is natuurlijk niet verbazingwekkend dat geld heel belangrijk is in dergelijk onderzoek. Het onderzoek is heel duur en zonder overheidssteun zou het waarschijnlijk niet mogelijk zijn. Die budgetten zijn ook erg belangrijk voor de Vlaamse bedrijven, onderzoekscentra en universiteiten die aan de ontwikkeling en de verwezenlijking van de diverse Europese ruimteprogramma’s meewerken. De specialiteiten van ons land situeren zich voornamelijk op het gebied van telecommunicatie, lanceringsmiddelen en grondinfrastructuur. Men zou niet

meteen denken dat Vlaanderen of België daarin een voortrekkersrol kan spelen, maar

blijkbaar is dat wel het geval.Vlaamse Ruimtevaartindustrie vzw (VRI) is een vzw die industriëlen die een eigen ruimtevaartstrategie hebben uitgebouwd, wil samenbrengen en de evoluties in de ruimtevaartindustrie op de voet volgt. Volgens hen zijn de Vlaamse bedrijven niet op de hoogte van die budgetten, laat staan over de verdeling ervan, en kan bijgevolg geen enkel Vlaams bedrijf een beroep doen op die budgetten. Aangezien het programma intussen snel vorm krijgt, starten de Vlaamse bedrijven daardoor met een zware handicap. Aan Franstalige zijde daarentegen hebben wel al enkele bedrijven een aanvraag ingediend. Ik heb het vorige week of 2 weken geleden, net voor het indienen van mijn vraag, nog eens nagekeken, en de situatie is nog altijd zo dat geen enkel Vlaams bedrijf zou deelnemen. Minister, ik weet niet of u misschien meer informatie hebt. Bent u op de hoogte van die situatie? Kunt u meer uitleg geven over de procedures die worden gebruikt om bedrijven aan te sporen deel te nemen aan die programma’s? Gaat het over informatiecampagnes en dergelijke meer? Dat past eigenlijk ook wel in een groter probleem van de communicatie van de overheid ten aanzien van bedrijven over bestaande instrumenten. Deze namiddag zouden we het daar ook over hebben met de minister-president. Toen ik gisteren de commissievergadering van vandaag voorbereidde, bleek uit diverse vragen dat er inderdaad wel een probleem is bij bedrijven met betrekking tot het op de hoogte

zijn van bestaande overheidsinitiatieven en -instrumenten. Dat is niet enkel de

verantwoordelijkheid van de overheid. Ook de bedrijven hebben een verantwoordelijkheid. We moeten er eens over nadenken – in een ruimer geheel – hoe we daar een antwoord op kunnen bieden. U was enkele maanden geleden, net als mevrouw Turan trouwens, aanwezig bij de Nationale Bank. Daar ging het over de financiële instrumenten die niet voldoende bekend waren bij de bedrijven. Het lijkt dus een algemeen probleem te zijn. Welke initiatieven neemt de Vlaamse Regering ter zake? Is dit ooit besproken op het intra-Belgisch overleg? Ik neem aan dat die verdeling daar toch ter sprake zou moeten komen. Zo ja, zijn er afspraken gemaakt om die vrij ridicule verdeling in de toekomst te vermijden? Zijn er ondertussen maatregelen genomen opdat Vlaamse bedrijven zouden participeren aan dergelijke projecten?

De voorzitter: De heer Creyelman heeft het woord.

De heer Frank Creyelman: Voorzitter, minister, geachte leden, ik sluit me volledig aan bij de heer Diependaele. Dat Vlaamse bedrijven worden benadeeld als het gaat over contracten in het kader van ruimtevaartprogramma’s, is een oud zeer. De kritiek van de Flemish Areospace Group (FLAG) is al decennia oud en heeft blijkbaar nog niet al te veel opgeleverd.

Ik heb het genoegen gehad in de ruimtevaartcommissie van de Senaat te zetelen en heb daar kunnen vaststellen dat het altijd een soort van Franstalige pseudonobiljons zijn, genre Armand De Decker en François Roelants du Vivier, die daar de lakens uitdelen. Ze doen dat misschien wel om in Frans-Guyana met vakantie te kunnen gaan, of op werkbezoek, zoals dat heet, maar zeker ook deels om de boel in de hand te kunnen houden.

In het kader van de doelstellingen van Barcelona en van de hernieuwde Lissabonstrategie is de ruimte een van de hefbomen voor economische groei en voor het scheppen van banen. Ik denk dat dat zeker in deze commissie voldoende aan bod moet komen. Al meer dan 3 decennia geven die ruimtevaartactiviteiten de aanzet tot de meest geavanceerde technologische vernieuwingen in België. De Belgische staat is trouwens een van de grootste sponsors van die ruimtevaartinitiatieven.

Ik zou dan ook graag willen weten hoeveel van die bedrijven die deelnemen aan al die

programma’s, Vlaamse bedrijven zijn en hoeveel arbeidsplaatsen ons dat in concreto

oplevert. Dan zijn er nog de prioriteiten die minister Laruelle naar voren heeft geschoven. Ik wil weten in welke van die prioriteiten Vlaamse bedrijven een rol spelen, en liever nog een hoofdrol.
Minister, ik begrijp dat u die cijfers misschien niet allemaal bij de hand hebt, tenzij u ze in uw antwoord aan de heer Diependaele hebt verwerkt, maar misschien kunnen ze aan het verslag worden toegevoegd.

De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Het gaat in hoofdzaak om een militair programma. MUSIS is een

Europees samenwerkingsverband waarin naast België ook Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Griekenland hun capaciteit op het vlak van aardobservatie voor militaire- en

veiligheidsoverwegingen wensen te bundelen. Het Belgische ministerie van Defensie maakt gebruik van de Helios 2A-kunstmaan voor militaire observatiedoeleinden. In de toekomst willen de Belgische strijdkrachten dagelijks een vijftigtal opnames ontvangen via de installatie in Evere en hiervoor wenst Defensie ongeveer 90 miljoen euro te investeren. Dit bedrag zal worden gebruikt voor het MUSISprogramma waarbij het federale wetenschapsbeleid dan ook nog eens 50 miljoen euro zou toevoegen. Deze bijdrage van 50 miljoen euro zou al voorwaardelijk zijn goedgekeurd, op voorwaarde dat ook de 90 miljoen euro van Defensie wordt goedgekeurd. Dit laatste is nog

niet het geval, zodat er op dit ogenblik nog geen Belgische bijdrage is aan het budget van MUSIS. De aanvragen waar u naar verwijst, zouden momenteel kennelijk gefinancierd worden met de Franse financiële bijdrage aan het project. MUSIS is een militair ruimtevaartprogramma in multilaterale context dat in België wordt uitgevoerd en gecoördineerd door Defensie. Het gaat dus om een exclusieve federale bevoegdheid waarbij de federale overheid ook zorgt voor de informatieverspreiding naar de Belgische bedrijven. Volgens mijn informatie heeft al een informatiedag plaatsgevonden waaraan bedrijven uit heel België hebben deelgenomen.

Omdat het gaat over een programma dat exclusief tot de federale bevoegdheden behoort, is er ook geen verplichting om een gestructureerd overleg te organiseren met gewesten en gemeenschappen wat betreft de bevoegdheid Wetenschapsbeleid. Het programma wordt dan ook niet besproken in de ambtelijke Commissies Internationale Samenwerking en Federale Samenwerking (CIS-CFS) die opgericht zijn voor het intra-Belgische overleg op vlak van wetenschapsbeleid in internationale en nationale context. Dit jaar ben ik voorzitter van de Interministeriële Conferentie voor Wetenschapsbeleid (IMCWB) en ik ben van plan om de IMCWB binnenkort voor het eerst sinds jaren opnieuw samen te roepen, onder andere met het oog op het Belgische voorzitterschap van de EU. Ik zal niet nalaten om dit dossier tijdens deze bijeenkomst aan te kaarten bij mijn collega’s, in de eerste plaats bij mijn federale collega bevoegd voor het wetenschapsbeleid, waarbij ik zal pleiten voor een betere nformatieverstrekking over federale initiatieven op het vlak van wetenschapsbeleid op zijn minst via het CIS-CFS-kanaal. Wanneer mijn administratie via dat kanaal geïnformeerd wordt, kan ook via de eigen kanalen bijkomende informatie over de

mogelijkheden van dergelijke federale programma’s verspreid worden naar de Vlaamse bedrijven en onderzoekswereld. Tijdens deze IMCWB zal ik trouwens ook voorstellen formuleren om de intra-Belgische samenwerking en informatie-uitwisseling op het vlak van wetenschapsbeleid te versterken, ook met het oog op de talrijke Europese initiatieven rond gezamenlijke programmering van onderzoek die momenteel in de steigers staan en waarvan we de mogelijkheden niet mogen mislopen.



Ontwerp en hosting door Webbreezer Solutions