Biografie
 Mechelen
 Vlaams parlement
 Nieuws
 Actualiteit

Berichtgeving van KifKif over Israëlis...

04.07.2011 - Op het ogenblik dat ik dit schrijf is nog niet geweten hoe het met Palestijnse vloot zal aflopen die probeert de Israëlische blokkade te doorbreken. Maar wie de afgelopen jaren de berichtgeving over h...

Pruisen moet er zijn

18.06.2011 - Hieronder een bijdrage over de toekomst van Europa, het Vlaams Belang en NVA van de hand van Patrik Brinkmann, een Zweed die in Berlijn woont. De tekst is in het Duits maar zeer goed leesbaar.Die...
 [Anke]   Vlaams parlement

Federaal minister stuurt zijn kat naar Oekraïne

Vraag om uitleg van de heer Frank Creyelman tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de handelsmissie naar Oekraïne.

De voorzitter: De heer Creyelman heeft het woord.

De heer Frank Creyelman: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, het aantrekken van buitenlandse investeringen is een exclusieve bevoegdheid van de gewesten op grond van de Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen van 8 augustus 1980. Buitenlandse handel werd bij de staatshervorming van 2001 nagenoeg volledig een Vlaamse bevoegdheid. Dat is niet meer dan logisch, want Vlaanderen is een exportland bij uitstek en moet op economisch vlak eigen klemtonen kunnen leggen. De coördinerende rol van de federale overheid werd zoveel mogelijk beperkt en de coördinatie moet gebeuren tussen de gewesten onderling. In het Samenwerkingsakkoord tot oprichting van het Agentschap voor Buitenlandse Handel van 24 mei 2002 werd wel voorzien in de organisatie van gemeenschappelijke handelsmissies, gedragen door die gewestelijke bevoegde organen. Of we dat Agentschap voor Buitenlandse Handel nu nodig hebben of niet, vormt een debat op zich. Het agentschap bestaat en in het kader ervan worden regelmatig handelsmissies op touw gezet, onder meer met de kroonprins, een missie die vorige week nog terecht op de korrel werd genomen door mevrouw Moerman.
Meer dan twintig Vlaamse en Waalse bedrijven trokken onlangs naar Oekraïne voor een belangrijke handelsmissie met het oog op het Europese Voetbalkampioenschap in 2012. Daarbij was iedereen aanwezig, behalve minister Van Quickenborne, federaal minister van Economische Zaken, die op het allerlaatste moment als delegatieleider vervangen werd door senator Pol Van Den Driessche. Begrijpelijkerwijze waren de Oekraïners niet opgezet met het vervangen van een minister door een gewoon senator. In diplomatieke kringen is dit een incident dat kan tellen en een dergelijke blamage wordt door geen enkele natie op prijs gesteld. We hadden bij wijze van spreken een hond met een hoed op mogen sturen, als het maar een minister-hond-met-hoed op was geweest en dat was het niet. Senator Van Den Driessche is ongetwijfeld een heel belangrijk en beminnelijk man, die zich ter plekke de gebruiken eigen heeft gemaakt, maar hij is geen minister. Het is volgens ingewijden enkel te danken aan het prestige van de Belgische ambassadeur in Oekraïne dat de afgelasting van de reis werd vermeden.

Wetende dat de Oekraïners op zoek zijn naar nieuwe partners en dat het contracten zou kunnen regenen, is de desinteresse van minister Van Quickenborne, zeker in crisistijden, onaanvaardbaar – zeker als men weet om welke redenen de minister thuis is gebleven.

De Belgische missie was nochtans van hoog niveau. Niet alleen Flanders Invest & Trade (F.I.T.) en de Franstalige tegenhanger AWEX, maar ook 19 Vlaamse en vijf Franstalige bedrijven, waaronder Barco, Eternit en nog een resem aan niet onbelangrijke toekomstgerichte kmo’s, namen deel aan de handelsmissie. Dat die moet eindigen in een anticlimax, noopte me toch tot het stellen van enkele vragen.

 

Hebt u dit thema al aangekaart bij het Overlegcomité? Wat is de meerwaarde van een handelsmissie waarbij de politieke patronage het laat afweten en dus de goede relaties torpedeert?

Welke gevolgen heeft de politieke blamage van de Oekraïense overheid voor de handelsrelaties tussen Vlaanderen en Oekraïne? Is het niet beter om voortaan dergelijke missies systematisch door een of meerdere bevoegde Vlaamse ministers te laten begeleiden?

 

De voorzitter: Minister-president Peeters heeft het woord.


Minister-president Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Creyelman, ik kan vrij kort zijn. Ik heb dit nog niet aangekaart bij het Overlegcomité, want dat vindt morgen pas plaats. Een minister die een delegatie leidt, geeft aan de missie meestal een toegevoegde waarde. Zeker wanneer werd aangekondigd dat er een minister, wie dat ook is, bij zou zijn, is het natuurlijk niet echt bevorderlijk als men vaststelt dat het geen minister is die de missie leidt. Volgens mijn informatie had de vorige minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht, toegezegd. Door het feit dat hij werd vervangen, werd dit doorgegeven aan minister Van Quickenborne en die heeft het op zijn beurt doorgegeven. Ik meen dat wat hier is gebeurd, vrij uitzonderlijk is. Natuurlijk moeten we er vrij nauwlettend over waken dat wanneer zo’n missie wordt georganiseerd en er gezegd wordt dat er een minister de missie zal leiden, dat ook gebeurt. Dit gezegd zijnde, denk ik dat een handelsmissie ook zonder politieke patronage een meerwaarde kan hebben voor de deelnemende bedrijven. Ik heb begrepen dat bedrijven zich in concreto konden informeren over de lopende projecten in het kader van Euro 2012, het voetbalstadion en de luchthaven, dat ze contacten konden leggen met betrokken partijen, vertegenwoordigers van de stad, de provincie, de Oekraïnse voetbalfederatie, het stadion enzovoort. Daarnaast vonden een dertigtal business-to-business meetings plaats tussen Vlaamse en Oekraïnse bedrijven en organisaties. Er zijn dus heel wat zaken gebeurd, ook al was er geen minister aanwezig. Ik ga ervan uit dat dit geen ernstige gevolgen heeft en dat we de nodige inspanningen doen indien dat wel het geval blijkt te zijn of indien er negatieve zaken zijn blijven hangen, en ik zeg u nogmaals dat dit niet voor herhaling vatbaar is. U vraagt of we niet beter de bevoegde regionale ministers sturen. Deze handelsmissie was een intergewestelijke zending in samenwerking met Agoria Belgium Sports Technology Club. Dat was zo voorbereid, ik heb u verteld dat Karel De Gucht de missie zou leiden en ik heb u uitgelegd waarom het anders gelopen is. Als dat voor Vlaanderen een belangrijke handelsmissie is, is het altijd een vraag of de bevoegde Vlaamse minister moet meegaan. We zullen de volgende jaren in deze legislatuur wel al een paar keer als bevoegde minister missies begeleiden of leiden.

 

De voorzitter: De heer Creyelman heeft het woord.

 

De heer Frank Creyelman: Dank u, mijnheer de minister-president, voor uw antwoord. Ik begrijp dat dit meer een persoonlijk dan een structureel probleem was. Maar als een federaal minister de belangen van Vlaanderen schaadt, moet het Vlaams Parlement daar werk van maken.

In de rand van dit incident wil ik beklemtonen dat, als wij nog nood zouden hebben aan een federaal overkoepelend orgaan – maar u weet dat dit niet onze visie is –, dit dan ook fatsoenlijk moet werken en dat federale ministers dit niet als een soort bijjobje moeten zien. Onze fractie vindt dat gezamenlijke handelsmissies met Wallonië weinig nut hebben voor Vlaanderen. Wij vertegenwoordigen meer dan 80 percent van de export. Het is dus eerder nuttig voor Wallonië dan voor ons. Daarom suggereren wij om die gezamenlijke aanpak via dat Agentschap voor Buitenlandse Handel te laten uitdoven of af te schaffen. U zet daartoe aan door, zoals ik verleden week heb gehoord, de bijdrage te verminderen. Dat is toch de bedoeling. Mijn tweede suggestie is om de Vlaamse minister steeds mee te sturen op die buitenlandse missies, en om zo Vlaanderen extra op de kaart te zetten.



Ontwerp en hosting door Webbreezer Solutions